Leids woordenboek: 20x typische Leidse uitspraken en woorden

Leiden heeft eigen taaltjes! Bijvoorbeeld: "Tewring!" (Leidse deurbel), "Habbekrats" (goedkoop), "Larvenbak" (kinderwagen) en "Ga je mee naar de Keilewinkel?" (kroeg). Ook zegt men "zandwinkel begonnen" bij een overlijden en "Lèdse glibber" voor een Leidenaar.

12 Feb 2026
6 min leestijd

Leiden barst van de studenten en die nemen natuurlijk allemaal hun eigen taaltje mee. Echter: als ze zich hier komen vestigen zullen ze ook genoeg Leidse uitspraken voorbij horen komen van de lokale bevolking en de studenten die uit de buurt komen. Om de nieuwe studenten – maar ook de gevestigde studenten – een beetje op weg te helpen met het ‘inburgeren’ zetten we hier een aantal Leidsche woorden en uitspraken op een rijtje zetten.

1. “Ja maar…” – “Niks te mare, de Mare ligt achter de Haarmestraat”

Wanneer iemand iets wilt weerleggen door “maar” te gebruiken, zegt een Leidenaar bovenstaande uitspraak omdat de Mare een rivier is die door Leiden stroomt en achter de Haarlemmerstraat ligt, vandaar ook de afkorting daarvoor. Hiermee wil hij/zij aangeven dat de ander niet moet praten, maar moet doen.

2. “Daar loopt een buik met benen!”

Nee dit gaat niet over een dik iemand, maar over een zwangere vrouw.

3. Larvenbak/larvenkar

Deze sluit goed aan bij de vorige uitspraak, want dit betekent namelijk een kinderwagen.

4. “Hutspot, haring en wittebrood: daar komen de geuzen!”

Drie oktober, de dag van het Leidens Ontzet, daar ontkom je niet aan. Als je het verhaal van het ontzet kent, is deze uitspraak logisch. Hiermee wilt de Leidenaar aangeven dat dé dag van het jaar er weer aankomt: drie oktober!

5. Habbekrats

Zowel op woensdag als op zaterdag kun je dit woord vaak voorbij horen komen, als de markt er weer is in Leiden. Wanneer je namelijk iets ‘voor een habbekrats’ hebt gekocht, betekent dat het niet duur was.

6. Tewring!

Een mop die je wellicht door een echte Leidenaar te horen kan krijgen is als volgt: “Hoe luidt een Leidse deurbel? Teeeewring!” Daarnaast kan dit woord ook gebruikt worden om ergens kracht bij te zetten. Voeg deze maar snel toe aan je Leids woordenboek!

7. “Hij is een zandwinkel begonnen”

Wanneer iemand komt te overlijden en je dit niet letterlijk zo wilt zeggen, kun je dit met een Leids dialect ook vertalen naar ‘iemand die een zandwinkel is begonnen’.

8. “Ga je mee naar de Keilewinkel?”

Nee, dan vraagt iemand niet of je mee wilt gaan shoppen, dan gaat het over iets wat met alcohol te maken heeft: de kroeg.

9. “Die heb model gestaan voor Van der Luit”

Als je dit als te horen krijgt, is dat niet iets om trots op te zijn... Wanneer een Leidenaar dit zegt heeft hij of zijn het over een lelijk persoon aangezien Van der Luit een uitvaartcentrum is.

10. (Lèdse) Glibber

Misschien wel een van de bekendste onder de Leidse woorden! Een glibber betekent simpelweg een inwoner van Leiden. En als iemand dan echt zijn roots hier nog heeft, spreek je over een Lèdse glibber.

11. Holladrie

Een holladrie is een vrouw met een gat in haar hand. Oftewel: iemand die haar geld sneller uitgeeft dan dat het binnenkomt. Je hoort het bijvoorbeeld als iemand wéér met nieuwe schoenen of een nieuwe jas aankomt. Niet per se gemeen bedoeld, maar wel typisch Leids direct.

12. Jambek

Een jambek is een mafkees, een lullo of iemand die zich een beetje dom gedraagt. Het kan licht beledigend zijn, maar vaak zit er ook humor in. Zeg je dit tegen een vriend(in), dan is het meestal met een knipoog.

13. Jûh roojum

Betekent zoiets als: “Joh, ik geloof er niks van.” Wordt gebruikt wanneer iemand een sterk verhaal vertelt en jij daar héél je twijfels bij hebt.

14. Kanebraaier

Een kanebraaier is een opschepper. Iemand die zichzelf graag op de borst klopt en zijn prestaties nét iets groter maakt dan ze zijn. Een echte kanebraaier hoor je vaak al van verre aankomen.

15. Ketjas

Dit woord is erg populair onder de Leidse woorden! Een ketjas is een grappenmaker, iemand die altijd in is voor een dolletje en het leven niet te serieus neemt. In vriendengroepen zit er altijd wel één ketjas tussen.

16. Leiû

De echte Leidse uitspraak van Leiden. Wie “Leiû” zegt in plaats van Leiden, laat meteen horen dat hij of zij goed bekend is met de stad. Een woord dat absoluut thuishoort in ieder Leids woordenboek.

17. “Mè è, wat hè’k nou amme hak hange?”

Vrij vertaald: “Wat overkomt mij nu?”. Een bekende onder de Leidse uitspraken! Deze uitspraak gebruik je wanneer er iets onverwachts gebeurt, vaak met een lichte dramatische ondertoon. Hoe overdrevener uitgesproken, hoe beter!

18. “Wat tan jûh?”

Betekent simpelweg: “Wat dan joh?”. Wordt vaak gebruikt als iemand zich ergens druk om maakt of moeilijk doet. Lekker kort, direct en typisch Leids.

19. “Ik ben paardje schijtgeld niet”

Deze typisch Leidse uitspraak betekent: het geld groeit mij niet op mijn rug. Met andere woorden: ik ben geen geldboom en ik kan niet alles zomaar betalen. Je hoort dit bijvoorbeeld wanneer iemand vindt dat iets te duur is of wanneer er weer om geld gevraagd wordt. Lekker direct, zoals we van Leidse uitspraken gewend zijn.

20. “Mè, ik zeik in me lorre”

Nog zo’n typerende zin onder de Leidse uitspraken. Deze zin betekent: het geld groeit mij niet op mijn rug. Vrij vertaald: “Meid, ik plas in mijn broek”. Wordt gebruikt als iets zó grappig is dat iemand het bijna niet meer houdt van het lachen. Het is wat grof, maar dat hoort er bij in het Leids. Hoe overdrevener het wordt uitgesproken, hoe leuker het effect.

Misschien vind je dit nog interessant:

Op zoek naar een kamer in Leiden? Neem hier snel een kijkje!