• Home
  • Nieuws
  • Nieuw kabinet steekt geld in onderwijs en verhoogt basisbeurs

Nieuw kabinet steekt geld in onderwijs en verhoogt basisbeurs

Het nieuwe kabinet investeert extra in onderwijs en wetenschap, met meer geld voor universiteiten, leraren en studenten. De uitwonende beurs wordt verhoogd en de rente op studieschuld wordt gemaximeerd.

6 Feb 2026
3 min leestijd

Na jaren waarin onderwijs en wetenschap te maken kregen met stevige bezuinigingen, kiest het nieuwe kabinet nu voor een andere koers. Er komt extra financiële ruimte voor beide sectoren: al volgend jaar wordt 1 miljard euro beschikbaar gesteld, waarna dit bedrag oploopt tot 1,5 miljard euro per jaar vanaf 2031. In het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA wordt onderwijs neergezet als een fundament voor een vrije en verbonden samenleving. Tegelijkertijd benadrukt het kabinet dat investeren in onderwijs essentieel is voor het versterken van de economie en het veiligstellen van toekomstige welvaart.

Universitair onderwijs

Binnen het universitaire onderwijs zal het nieuws waarschijnlijk voor opluchting zorgen. De afgelopen jaren klonk er veel kritiek vanuit universiteiten, die sinds 2024 regelmatig protesteerden tegen het beleid van het kabinet-Schoof. Vooral de bezuinigingen op onderzoeksbudgetten voor jonge wetenschappers lagen daarbij onder vuur. Het nieuwe kabinet slaat nu een andere weg in en zet weer in op extra investeringen in onderzoek. Ook komt er een brede talentstrategie, bedoeld om internationaal toptalent naar Nederland te halen en hier te houden.

Daarnaast verandert er ook het nodige voor studenten. Zo gaat de beurs voor uitwonende studenten omhoog, wordt de rente op studieschulden gemaximeerd op 2,5 procent en krijgen stagiairs recht op een wettelijke vergoeding.

Plannen om opleidingen in andere talen dan het Nederlands te schrappen zijn van tafel. Wel wil de overheid meer grip krijgen op de toestroom van internationale studenten en hierover bindende afspraken maken met universiteiten en andere onderwijsinstellingen.

Leraren

Met de extra investeringen krijgt het onderwijs meer ruimte om te werken aan sterke basisvaardigheden, zoals taal en rekenen. Ook wordt er ingezet op het verkleinen van leerachterstanden en het opleiden van meer bevoegde en goed voorbereide leraren. Tegelijkertijd wil het kabinet de hoeveelheid administratie waar scholen mee te maken hebben terugdringen.

De aanhoudende zorgen over tegenvallende leerprestaties leiden tot de oprichting van een staatscommissie die deze problemen gaat onderzoeken. Daarnaast worden lerarenopleidingen landelijk op elkaar afgestemd. Er komt één gezamenlijk curriculum en een centrale toetsing, zodat iedere beginnende leraar beschikt over dezelfde basiskennis. Ook verandert de financiering van het mbo en hbo, waardoor deze onderwijsinstellingen minder kwetsbaar worden bij plotselinge dalingen in het aantal studenten.

Bron: nrc.nl